zelf bloeddruk meten

Bijna 100 jaar werd de bloeddruk gemeten met de kwikmanometer met armmanchet. De manchet moet goed om de bovenarm passen en kleinere of grotere manchetten moeten worden gebruikt naarmate de arm dunner of dikker is. Hoe kun je zelf de bloeddruk meten?

 

De manchet wordt opgepompt tot een redelijke hoogte van de kwikkolom, bijvoorbeeld tot 170 mm Hg en vervolgens laten we de manchet langzaam leeglopen waardoor de kwikkolom daalt. Door de druk in de manchet wordt de slagader dichtgedrukt die we nog net gevoeld hebben aan de pols. Als we de manchet laten leeglopen komt er een moment dat de schokgolf uit het hart een grotere druk krijgt dan de manchet. We voelen opeens de pols weer. De arts die met de stethoscoop luistert aan de binnenkant van de gestrekte elleboog, hoort op dat moment een geluid. Eerst was er via de stethoscoop nog niets te horen en opeens is er geluid.

Boven- en onderdruk

  meterDeze hoogste druk van het hart wordt de bovendruk genoemd, ook wel de systolische bloeddruk. Systole betekent samentrekking en deze bovendruk is dan ook de hoogste druk als gevolg van de samentrekking van het hart. De arts blijft luisteren en op een gegeven moment worden de tonen die hij hoort zachter en verdwijnen. Het moment van het zachter worden van de tonen is de onderdruk, hoewel het wel eens moeilijk is om het moment van zachter worden en verdwijnen goed te onderscheiden. Deze onderdruk, of diastolische bloeddruk, is de laagste druk vanuit het hart. Diastole betekent verslapping of verwijding van het hart. Deze volgt natuurlijk op de samentrekking. Bij de meting van de bloeddruk krijgen we dus twee waarden, bijvoorbeeld 120/80, vaak vooraf gegaan door RR, de afkorting van de naam van de ontdekker Riva Rocci. Hebben we een bloeddruk van RR 120/80 dan is dat fantastisch. Het kan niet beter.

 

Automatische bloeddrukmeter

De kwikbloeddrukmeter heeft vanwege milieuredenen plaats gemaakt voor de manometer met schroefventiel. Door de automatische bloeddrukmeter is het zelf meten van de bloeddruk binnen bereik gekomen. Fabrikanten hebben zich op de productie van deze apparaten gestort en bloeddrukmeters zijn tegenwoordig overal te verkrijgen. Aan de hand van twee interessante artikelen uit het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde bespreken we de zelfmeting van de bloeddruk. Het eerste artikel stamt uit 1989 en het tweede uit 2008, dus bijna 20 jaar later. Montfrans, uit 1989, stelt dat de bloeddruk gemeten op het spreekuur, niet altijd betrouwbaar is.



 

`Wittejassenfenomeen’

Door de stress op het spreekuur, ook wel wittejassenfenomeen genoemd, stijgt de bloeddruk. Dit zou bij zo’n 20 procent van de patiënten voorkomen. Een normale bloeddruk zou op deze manier een verhoogde bloeddruk kunnen worden en de `wittejassenhypertensie’ is een feit, waarbij hypertensie hoge bloeddruk betekent. Zelfmeting kan dit fenomeen tegengaan. Bovendien kunnen thuis veel meer metingen worden gedaan dan op het spreekuur. Daardoor spelen de patiënten een eigen rol in hun behandeling. Zo kan de medicatie tijdig worden bijgesteld. Verberk e.a. uit 2008 maken ook melding van de gemaskeerde hypertensie. Dit is het omgekeerde van de wittejassenhypertensie. In plaats dat een normale bloeddruk door het wittejassenfenomeen verhoogd is, kan het juist gebeuren dat een licht verhoogde bloeddruk tijdens het spreekuur normaal is. In de praktijk betekent dit dat bijna één op de tien patiënten met een `normale’ bloeddruk de praktijkdeur uitgaan en dus niet behandeld worden.

 

Welke bloeddrukmeters zijn nu betrouwbaar?

Uit een onderzoek dat de Consumentenbond 20 jaar geleden hield, blijkt dat de meeste bloeddrukmeters nog niet echt betrouwbaar zijn. De afwijkingen waren te groot. Tegenwoordig zijn er nog steeds meer onbetrouwbare dan betrouwbare bloeddrukmeters, maar bestaan er wel keurmerken, zoals hier er twee staan afgebeeld.

 

BHS
esh_web

 Zelf de bloeddruk meten

De bovenarmmeter wordt aanbevolen en niet de polsmeter. Niettemin wint de polsmeter flink terrein, maar dat komt dan niet door z’n volledige betrouwbaarheid maar door het makkelijke gebruik. Als zelfmeting wordt gecombineerd met de spreekuurmeting, is het verstandig om een bloeddrukmeter voor zelfmeting met geheugen aan te schaffen. Die waarden zijn dan goed af te lezen in de spreekkamer. Het is niet duidelijk hoe vaak je de thuismeting moet doen. Richtlijnen van de European Society of Hypertension adviseren om in de fase wanneer de exacte waarde van de bloeddruk moet worden gemeten, dit twee keer daags te doen en wel ‘s morgens en ‘s avonds en ook tijdens het instellen van de therapie dit regelmatig te doen. Wanneer de bloeddrukwaarden gestabiliseerd zijn door behandeling, dan lijkt één week zelfmeting twee keer per dag voldoende per drie maanden.

Het is niet aan te raden om de spreekuurmeting te vervangen door de zelfmeting, maar deze meer te zien als een aanvulling daarop. Als een winst om betere resultaten te boeken. En als we te nerveus of gespannen worden om de bloeddrukmeting zelf te doen, moeten we het gewoon niet doen. Dan lopen we door onze eigen stress kans op het wittejassenfenomeen, terwijl er geen witte jas te bekennen is.

Jan van Ingen Schenau
arts en 60-plusser